Kebap? Köfte?

26 augustus 2021 - Bolu, Turkije

In de zuid-oostelijke uithoek van Bulgarije en dus ook van de EU vinden we een oase van rust, in de buurt van het gehucht Alexandrowo. De poort in de stenen muur rondom de mini-camping wordt geopend door Britse eigenaar Matt. Zijn magere en bruine lijf is gehuld in een versleten bermuda en zijn blonde manen worden bij elkaar gehouden door een haarband. Een hippie! Als de daktent is uitgeklapt, zijgen we neer in comfortabele ligstoelen op een houten panoramadek en we kijken naar de bergen, tot de volle maan opkomt.

Uitzicht camping Alexandrovo

Tijdens het ontbijt loopt een groot gezin kippen om ons heen. Een uurtje later vertrekken we naar de Turkse grens bij Edirne, één van de drukste overgangen van Europa. We worden bij vier loketten gecontroleerd: de eerste neemt op typisch Bulgaarse wijze afscheid van ons, dan moeten we aan een Turks loket het Corona Certificaat laten zien, vervolgens bekijkt iemand de autopapieren en ten slotte wordt de bagage gecontroleerd. Sommige slachtoffers moeten hun hele auto leegtrekken - we zien iemand rotzooien met bureaustoelen en een hertengewei - maar wij hoeven gelukkig maar één kledingbox te openen, waarna de douanier vraagt wat dat ding op het dak is. Hij kijkt geamuseerd omhoog bij het antwoord. Wat ze al niet verzinnen tegenwoordig...

Türkiye! Bij het eerste wegrestaurant stoppen we om een tolvignet te kopen. Een heer met een grijze snor en glimmemde pretogen komt ons enthousiast tegemoet. "Kebap? Köfte?" Hij wijst naar het buffet. We schudden ons hoofd en hij haalt er een jongen bij, die in het Engels uitlegt dat we vier kilometer verderop bij de PTT een vignet kunnen kopen. Een jonge vrouw in een zwarte hijab biedt in het Nederlands aan om te helpen, heel aardig maar niet meer nodig. "Kebap? Köfte?" Vraagt de oudere meneer nog een keer, dus we nemen lachend afscheid. We gaan een vignet kopen.

Aan de zee van Marmaris

De Saklı Koy Camping in Marmaraereğlisi bestaat uit een terrein van droog gras, ongeveer zo groot als een voetbalveld, met uitzicht op de Zee van Marmaris. Als ik aan het begin van de avond water wil halen, word ik gewenkt door de jongeman van de camping, die via Google Translate probeert te communiceren met een Duitser in een Volkswagenbusje. De Duitser mag niet op de camping staan, want die is bestemd voor "couples and families". De jongen haalt de baas erbij, die na wat aandringen toestemming geeft, mits ik de Duitser in de gaten houd - tenminste, dat denk ik ervan te begrijpen.

Wanneer we de volgende morgen willen vertrekken, komt de jongen van de camping aanlopen. Wat nu weer, denk ik. "What is your name?" vraagt hij, en na mijn antwoord zegt hij: "My name is Ömer." O, wacht... hij wil Engels oefenen. Dat is leuk. We wisselen wat zinnetjes uit (hij is 23 jaar en wordt binnenkort vader) en dan gaan we op pad. Op naar Istanboel...

Haghia Sofia

Het kleine stukje Europees Turkije, het land ten westen van de Bosporus, is een trechter die uitmondt bij Istanboel. Met een grote boog rijden we om de stad heen, over de nieuwe snelweg O-7, langs de nieuwe luchthaven en over de nieuwe Yavuz Sultan Selim brug - gefinancierd en uiteindelijk gekocht door de Chinezen toen de lening niet kon worden afbetaald. Dan zien we de hoogbouw van de stad opdoemen.

Istanboel is imponerend, niet alleen door haar belachelijke omvang, met even veel inwoners als Nederland, maar vooral door de metropool die je niet ziet, de reusachtige opeenstapeling van bijna drie millenia aan belangwekkende gebeurtenissen, een onzichtbaar bouwwerk dat veel hoger is dan de hoogste wolkenkrabbers in het Aziatische deel van de stad. Dit was het centrum van het Byzantijnse Rijk, hier kwamen de Kruisvaarders plunderen en vanuit hier heersten de Ottomanen. De oude Romeinse Via Diagonalis en Via Egnatia komen hier samen.

De stad heeft geen goede camping en we kunnen online geen hotel vinden met een parkeerplaats die groot genoeg is voor Max, maar via de iOverlander App vinden we toch een plek om te overnachten. We zetten Max neer op een parkeerplaats bij het Sahil Park, in het Aziatische deel van de stad. Daarna nemen we de trein terug naar Europa. We gaan door de nieuwe Marmaray Tunnel onder de Bosporus, gefinancierd en gebouwd door de Chinezen. Dankzij de tunnel kunnen treinen nu rechtstreeks van China naar Europa, dus deze tunnel was een cruciaal onderdeel van het Belt & Road Initiative, de nieuwe zijderoute.

Sulthanamet

Aangezien we Istanboel al vaker hebben bezocht, de laatste keer in 2018 met An & Twan, slaan we de Blauwe Moskee, de Hagia Sophia en het Topkapi Paleis over. We nemen de tram en wandelen door de oudste wijk, Sultanahmet. Vijftien jaar geleden was dit nog een volksbuurt, met vervallen huizen, opengebroken straten en gewone winkels; nu ziet alles er netjes onderhouden uit en zijn de winkels gericht op toeristen, zelfs met dure sieraden en exclusieve mode. Eén probleem: er zijn nu bijna geen toeristen, dus wij krijgen alle aandacht, vooral bij de restaurants. Het kost wel wat moeite om beleefd te blijven als je om de tien meter wordt belaagd, maar we hebben ook te doen met de licht desperate ondernemers hier.

Na een prima diner tegenover het park gaan we terug naar onze parkeerplaats. We zitten nog even met een wijntje onder een kleine boom en dan kruipen we in de wagen, rond elf uur. Om twee uur worden we wakker. Wat is het warm! Af en toe zetten we de kleine schuiframen tegen elkaar open, maar dat helpt niet veel, want er is geen zuchtje wind. Na de 'fajr', de eerste oproep tot gebed, vallen we weer in slaap.

Overnachten in een park in Aziatisch Istanbul

Tegen acht uur rollen we een tikkeltje gebroken ons bed uit. Onze overbuurman met een camper zwaait terug en zegt 'günaydin' terwijl een stukje verderop een man met een oude caravan zijn hond en gans (!) uitlaat. Ook hij zwaait. We waggelen naar het openbare toilet, dat we voor één lira (tien eurocent) mogen gebruiken. Een half uur later betalen we bij de uitgang van de parkeerplaats. Een overnachting op dit luxe resort kost 10 lira, oftewel 1 eurootje.

Met wat navigeren verlaten we Istanbul en trekken verder oostwaarts. Als we willen wegrijden bij een benzinestation - een liter diesel kost 75 eurocent - komt er een meneer met kort grijs haar op ons aflopen. Met een Turks accent vertelt hij in het Nederlands dat hij uit Oldenzaal komt. Of we dat kennen. Natuurlijk! Hij heeft 28 jaar gewerkt in een slachterij. Vroeger had hij maar een paar weken per jaar vakantie, maar nu gaat hij drie maanden op pad met zijn camper, een oude ambulance. Hij heeft een glimlach van oor tot oor en neemt afscheid met de woorden "Nou, groetjüs. Hil vil plizir!"

Abant lake

Op donderdag is onze bestemming een camping bij Abant Lake, een klein ovalen meer omringd door bergtoppen met bossen, op 1.300 meter hoogte dus niet zo heet. Dat wordt lekker slapen!

Foto’s

2 Reacties

  1. Richard:
    27 augustus 2021
    Tesekür edirim (bedankt) voor dit mooie verslag en dito foto's. Kippetje geproefd?
  2. Lenie en Bibi:
    28 augustus 2021
    Bij het lezen van jullie verslag hebben wij weer even heerlijk mee gereisd en alweer genoten.