Minaret boven de muur

16 november 2017 - Akko, Israël

Na een uitstekend en kosjer ontbijt, moeten we helaas weer pleite. Jeruzalem is een stad van extremen, en heeft daardoor in heel korte tijd een onuitwisbare indruk achtergelaten.

We wandelen nog één keer richting de oude stad, dit keer naar het King David Hotel, alwaar een Mitsubishi klaarstaat. We verlaten de stad in westelijke richting, want we willen niet weer naar de Westelijke Jordaanoever, en draaien dan naar het noorden.

Op een paar plekken voert de snelweg vlak langs de Israëlische Muur. Acht meter hoge betonnen platen met daar bovenop een hek met prikkeldraad. We zien nog net een minaret boven de muur uitsteken. Dat is Qalqilya, een stad onder Palestijns bestuur van bijna vijftigduizend inwoners, die nu aan drie zijden zijn afgesloten, met desastreuze sociaal-economische gevolgen.

De reis verloopt voorspoedig, dus we besluiten dat we tijd hebben om een kleine omweg te maken langs Dovrat, de kibboets waar Willem Veenstra in de jaren 1974 en ‘75 heeft gezeten. We rijden het terrein op en bekijken het bord bij de ingang. Als ik in de Hebreeuwse teksten zoek naar het woord “kibboets” stopt er een oude auto naast ons. De bestuurder vraagt of hij ons kan helpen en stapt na een paar zinnen uit. De naam Willem komt hem niet bekend voor, maar hij werkte hier wel in die tijd, dus hij geeft zijn eigen voornaam. “There was only one Gadi back then” zegt hij vrolijk, terwijl hij ons met zijn pretogen doordringend aankijkt. In 1977 zat de latere D66-politicus Boris Dittrich hier trouwens ook. In 2005 is hij nog een keer langsgekomen voor een documentaire van de Joodse Omroep.

We lopen nog wat rond op het kibboets-terrein, een soort kruising van een boerendorp en een vakantiepark. De oude slaapvertrekken zijn inmiddels gesloopt, maar de eetzaal is er nog. We maken een paar foto’s, ook bij het wegrestaurant waar Willem - met de hand - heeft afgewassen. Het restaurant is in de jaren negentig nog een Burger King geweest, maar staat zo te zien al een hele tijd leeg.

Op naar havenstad Haifa, waar we een bezoek brengen aan de Bahia Tuinen, die zijn aangelegd tegen de steile helling van een heuvel. Vanaf de bovenste terrassen kijk je uit over de hoogbouw van de stad en de enorme haven, die net wordt aangedaan door een enorm containerschip van Maersk.

Na een lunch bij een Georgiër rijden we iets zuidelijker langs de Middellandse Zee, naar de eeuwenoude stad Akko, dat erg doet denken aan Marrakech, met kleine, slecht verlichte straten vol winkels. De overgrote meerderheid van de bevolking is Moslim, dus we horen Arabisch op straat. En de oproep tot gebed.

De haven van Akko is al vierduizend jaar continu in gebruik geweest, en bracht behalve grote welvaart ook allerlei grote strijders. In de Middeleeuwen bouwden ridders op kruistocht hier een groot kasteel, dat later letterlijk is bedolven onder een Ottomaans fort. In de vorige eeuw hebben ze alles mooi gerestaureerd, waardoor je nu allemaal ondergrondse ruimtes hebt, zoals een ridderzaal. Misschien heeft onze held Marc O’polo hier wel gegeten, toen hij in 1271 de stad bezocht...

Foto’s

2 Reacties

  1. Willem en Saskia:
    17 november 2017
    Leuk dat jullie langs Dovrat zijn gereden. Er kwamen weer veel herinneringen boven. Het uitzicht over Haifa zal ik ook nooit vergeten. Dank voor de foto' s.
    Met groeten van Willem.
  2. Richard:
    17 november 2017
    Waarschijnlijk weer zo'n vakantie waar je echt tijd tekort komt.