Het beloofde land

12 november 2017 - Tel Aviv, Israël

Van de meneer in stoel 22D leer ik dat een kilo tomatenzaad tot wel dertigduizend euro kost, meer dan goud. Hij gaat met een collega de implementatie doen van gespecialiseerde ERP software bij een zaadveredelingsbedrijf in de buurt van Nazareth. Machtig interessant, maar wij blijven in Tel Aviv, de bestemming van onze vlucht. Rond half twee lokale tijd staan we bij een metalen hokje van de grenscontrole. De vriendelijke douanier vraagt even naar ons verblijf in Iran, dan mogen we verder. Boven de loketten lees ik in het Arabisch "Ahlan wa Sahlan", wat "hartelijk welkom" betekent.  We zijn in het beloofde land!

Aan onze taxichauffeur vraag ik naar het tweekoppige adelaartje dat aan zijn achteruitkijkspiegel bungelt. Het blijkt iets Russisch te zijn, want de man is meer dan twintig jaar geleden vertrokken uit Rostov. Yvonne praat in zijn moedertaal met hem, dat gaat heel goed. Het is vandaag sabbat, dus grote kans dat je door een christen of druz wordt rondgereden. De overheid controleert dat joden niet werken van vrijdagmiddag tot zaterdagavond - uiteraard worden die controles ook gedaan door niet-joden. 

Hostel Abraham ligt midden in het centrum van Tel Aviv, op een paar kilometer wandelen van het Museum of Modern Art. Onder de platanen van de Rothschild avenue genieten wandelaars, spelende kinderen en kwispelende honden van de rustdag. Er wordt veel gelachen.

Voor vijftig sjekels per persoon - delen door vier voor euro’s - mogen we in het museum de indrukwekkend collectie bewonderen. Cézanne, Magritte, Dégas, Monet, Rodin, Seurat, Matisse, Giacometti, Warhol, Richter, Lichtenstein, Modigliani, Picasso, Léger, Chagall, Bacon, Rilke, Polke, Pollock, Dubuffet; alle grote namen van de afgelopen twee eeuwen. Tegen de tijd dat we weer buiten staan, is het al bijna donker. Nog heel even en de sabbat is weer voorbij, want dat is officieel als je drie sterren kunt zien en in de praktijk een uur na zonsondergang. We wandelen terug naar ons hostel en gaan vervolgens een uur op zoek naar een restaurant dat nog plek heeft. We eindigen bij de Social Club, waar ze naar eigen zeggen “modern bistro cuisine” serveren. Na een prima diner luisteren we in het hostel naar een Reggae Band.

De volgende dag wandelen we in zuidelijke richting, naar de Levinski straat. Rondom kleine vrachtwagens lopen mannen met volgeladen handkarren. In de etalages hangt opzichtige, naar Nederlandse maatstaven ordinaire, kleding in goud, zwart en wit. Iets verder zien we kleine piramides van specerijen en bakken met olijven. Het heeft de onmiskenbare sfeer van een stad in het Midden-Oosten, behalve dat veel mannen keppeltjes dragen en bijna alle teksten in het Hebreeuws zijn. De huizen zien er vervallen uit, je zou niet zeggen dat de economische ontwikkeling van Israël vergelijkbaar is met die van Oostenrijk.

We vervolgen onze wandeling naar Jaffa, een van de oudste steden ter wereld. Van meerdere kanten klinkt de Islamistische oproep tot gebed, als we ergens op de vlooienmarkt rondstruinen. Er staan twee koffers van voor WO II, zouden die zijn gebruikt door een kolonist op de vlucht voor de nazi's? In de buitenlucht liggen ook oude foto-albums, vol vredige plaatjes van babies en families op vakantie. Een groot contrast met de gewelddadige geschiedenis die zich achter die foto’s afspeelde.

Kort voor WO II bliezen de Britten hele stukken op van Jaffa, in hun strijd tegen Arabische opstandelingen. De oude Karavanserai werd na de oorlog opgeblazen door de Stern Groep, waar de latere premier Shamir lid van was. Ondanks al het geweld is er gelukkig nog een aardig deel over van de millennia oude, okergele steegjes. De naam Jaffa betekent “mooi”, en dat is nog altijd een passende naam.

Vlakbij de oude Ottomaanse klokkentoren lunchen we bij Dokter Shakshuka, zoals de naam zegt een specialist in het nationale gerecht. Een Shakshuka bestaat uit een stoofpotje van tomaat, waar je op het laatste moment een paar eieren in laat vallen. Klinkt niet geweldig, maar smaakt heerlijk. Het hoge plafond hangt vol met bronzen kookgerei van de vlooienmarkt en aan de muur zien we plaatjes van straaljagers en insignes. Kennelijk heeft de eigenaar ooit dienst gedaan in de Israëlische luchtmacht.

Langs de Middellandse zee wandelen we terug naar de leuke wijk Neve Tzedek. Even bijkomen in het hotel, voor we gaan dineren bij Italiaan Allora. Tel Aviv maakt nog steeds een heel ontspannen indruk.

Foto’s

7 Reacties

  1. Willem en Saskia:
    13 november 2017
    Leuk dat jullie daar zijn nu.
    De laatste keer voor ons was 1978.....
    We zijn heel benieuwd naar jullie verhalen.
    Willem en Saskia.
  2. Fred Wilken:
    13 november 2017
    Hoe lang zijn jullie dit keer op reis en maken jullie een rondreis door Israel of ook nog een ander land?
  3. Alie en Emiel:
    13 november 2017
    Leuk verhaal en schitterende foto's.
    Prettige voorzetting van jullie reis.
  4. Hidde:
    13 november 2017
    Hai Fred, we zijn dit keer een weekje weg en gaan alleen rondreizen in Israel. Meer tijd hebben we helaas niet.
  5. Kees van der Veer:
    13 november 2017
    Het is weer als vanouds, mooie verhalen en foto's.
    Een weekje is voor jullie veel te kort, ben ook langere vakanties van jullie gewend.
    Maar dat komt wel weer, drie weken Nieuwegein is ook leuk.
  6. Fred Wilken:
    14 november 2017
    Wat is er dan te beleven in Nieuwegein voor drie weken, Kees?!
  7. Richard:
    14 november 2017
    Toch heel anders dan Zwaanshoek of Rijsenhout, maar wel mooi. Geniet. Mary en Richard