Langs de afgrond

11 september 2022 - Baku, Azerbeidzjan

Honderd kilometer oostelijk van Şəki ligt Qəbələ, eveneens aan de voet van het Kaukasusgebergte. Bovenop de scherpe bergkam, hemelsbreed nog geen twintig kilometer hier vandaan, begint de Tsjetsjeense Republiek. Daar willen we niet naartoe, maar dat is hier ook vrijwel onmogelijk door de steile rotswanden en wilde rivieren. Overigens zijn alle landgrenzen met de buren van Azerbeidzjan gesloten, officieel vanwege Covid 19.

Ski resort in de Tofundag bergen

Op een paar kilometer van Qəbəle vinden we het Tufandag Mountain Resort, 's winters een skigebied en de rest van het jaar een kermisattractie voor Arabieren, die enthousiast foto's maken vanuit een kabelbaan naar tweeduizend meter, vanwaar je bij helder weer - dus niet vandaag - uitzicht hebt op de ruim twee keer zo hoge Bazardüzü, de hoogste berg van het land. Vlak bij het station van de kabelbaan schikt een vrouw haar niqab; ze gaat een selfie maken.

In de kabelbaan

We overnachten in het Qəbəle City Hotel, bepaald geen karvansaray maar een betonnen kolos uit de donkere dagen van het communisme. Ik vraag de barman om onze wijn te ontkurken, hetgeen pas lukt nadat ik hem heb uitgelegd hoe een kurkentrekker werkt. In Şəki waren de bediendes van het hoteltuin-restaurant ook al vijf minuten bezig geweest om een fles te openen. Kennelijk is de kurk hier nog niet ingeburgerd. 

Op een paarhonderd meter van het City Hotel zit een prima Azerbeidzjaans restaurant. We dineren in ons eigen houten kamertje van drie bij twee meter, aan een tafel met zes stoelen. Aan de ene kant van de ruimte hangt een kapstok en een airconditioning, aan de andere kant een televisietoestel. De ober komt langs met het inmiddels bekende grote dienblad met alle voorgerechtjes om uit te kiezen. Na een prima maaltijd slenteren we door de schaars verlichte straten weer terug naar ons hotel, langs de communistische woonblokken. In een volledig zwarte straat achter een flatgebouw staat een kleine kraam, verlicht met een paar peertjes.

De volgende morgen zien we de bergen verdwijnen onder groen laagland. In het bos staan overal kleine huisjes, variërend van een golfplaten puntdak op palen tot prachtige prieeltjes; onder het dak staat meestal een tafel, voorzien van een plastic kleedje bedrukt met grote rode rozen, daaromheen minimaal zes stoelen. Een jongetje van een jaar of tien galoppeert op een paard, beiden hebben een brede lach op hun gezicht. Rook kringelt omhoog bij een kraam waar wordt gegrild, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Op een soort omgekeerde wok bakken vrouwen met hoofddoekjes de qutab, grote flinterdunne pannenkoeken gevuld met munt, dille en andere kruiden. Ze verkopen ook thee en lavasjak, vacuüm-verpakte ronde lappen, zo groot als een elpee, die smaken naar gedroogd fruit met zout, een beetje als zoute drop. In het Engels heet deze Perzische delicatesse fruit leather, en die naam is uitstekend gekozen. De ronde schijven, in transparant rood, bruin, geel en groen, hangen overal aan draden in houten rekken.

Lekker weggetje...

We verlaten de hoofdweg richting Lahic, een bergdorpje waar nog een Perzisch dialect wordt gesproken. Aanvankelijk is de weg verhard, met als enige hindernis grote kuddes koeien en schapen, maar de laatste kilometers wordt het een smal en onverhard pad, zonder vangrail maar met kuilen en stenen, halverwege een steile bergwand van honderden meters hoog. Aangekomen in Lahic moet je te voet verder over dezelfde weg, die in het dorp is verhard met vlakke rotsen en stenen. Op de straat staan zakken met allemaal kruiden, waaronder het immens populaire sumak. We wandelen langs de houten huisjes, waaruit het geklop klinkt van de lokale koperslagers. De oude kommen zijn fraai, maar erg duur; bovendien is het verboden om antiek uit te voeren.

Uitzicht op droge rivier en bergen

Gelukkig vallen we ook op de terugweg niet in een ravijn, zodat we een paar uur later arriveren in Bakoe. Grappig, dat voelt nu als thuiskomen, ook omdat we weer overnachten in hetzelfde hotel. Gelukkig hebben ze de shirts gevonden die we vorige week per ongeluk in kamer 206 hadden laten hangen - dat lijkt alweer lang geleden. Morgen zullen we de stad weer verlaten, voor een bezoek aan Quba. Eerst nog even naar de kapper om mij een moderne Azerbeidzjaanse coupe te laten aanmeten.

Foto’s

5 Reacties

  1. Marcel Timmermans:
    12 september 2022
    Heerlijk weer om jullie zo te kunnen volgen! Wat een mooie verhalen.
    Ps. Wel graag snel een foto van je Azerbeidzjaanse coupe! :-)
  2. Hidde:
    12 september 2022
  3. Twannemieke:
    12 september 2022
    Hopelijk mag je kruiden wel mee naar huis nemen! En gelukkig had je Yvonne meegenomen om over die vreselijke weg te rijden 😜
  4. Hidde:
    12 september 2022
    We hebben het rijden deze keer uitbesteed. Bij het navigeren heeft de chauffeur wel behoorlijk wat hulp van ons nodig (in het Russisch, want hij spreekt geen Engels).
  5. Richard:
    12 september 2022
    Ze zijn weer indrukwekkend👍😄🍀

Jouw reactie