Beestenbende

6 augustus 2017 - Karakol, Kirgizië

Ondanks de gezonde berglucht en de stilte - we horen alleen af en toe een kraai of een briesend paard - hebben we een matige nachtrust. Voornaamste reden is dat ons bed letterlijk een houten plank is met daarop een paar centimeter schuimrubber.

Tijdens het ontbijt speelt Andrej Stairway to Heaven op zijn mobieltje. Dan is het tijd om te gaan, want we hebben weer een lange rit voor de bumper. Terwijl Andrej met de truck naar beneden glibbert, schuivelen wij het steile pad omlaag naar het meer en dan weer een steile weg omhoog naar een paar yurts. Een lokale jongen is benieuwd waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan. "I know that road," zegt hij met een veelbetekenende blik. Die is duidelijk nog niet vijfentwintig keer heen en weer gereden. Gelukkig komt na drie kwartier een grote 4x4 aanrijden. Hoera, het is Andrej! "Going up was worse," zegt hij.

Opgelucht volgen we de onverharde weg terug naar het dorp Zalanas, waar we vrijdag het Nederlandse stel tegenkwamen. We gaan nu niet verder terug, richting China, maar rechtsaf naar Kirgizië. Zo afwisselend als het landschap, zo constant is de kwaliteit van de wegen: echt heel slecht. Negentig procent van de tijd rijden we over steenslagwegen met flinke kuilen.

Midden in de groene vlakte staat een ijzeren hek met rollen prikkeldraad er bovenop. We hebben rekening gehouden met een normale wachttijd van twee uur bij de grens. Dat blijkt gelukkig niet nodig, we zijn zelfs de enige auto. Bij het Kazachstaanse en vijftig meter verder ook bij het Kirgizische loket krijgen we een stempel in ons paspoort in ruil voor een foto met de webcam. Mooi zo, we zijn immers in Stempelstan. Iedereen is ontspannen en vriendelijk.

We zijn in Kirgizië! Het landschap is opvallend groen. In de uitgestrekte weides staan allemaal platte karren met bijenkorven en wagens die sommigen zullen kennen als het favoriete vervoermiddel van wijlen de heer Pipo, alias 'De Clown'. Op een veld staat een oude Kamaz, een communistische vrachtwagen uit de jaren vijftig, met daarnaast een antiek landbouwvoertuig en een paard. In het gemaaide gras bij de vrachtwagen zit een groepje van ongeveer tien landarbeiders te eten en, vermoedelijk, thee te drinken. Het is wederom net een socialistisch schilderij uit de Tretjakow galerij in Moskou.

Na een paar uur rijden langs vele van dit soort taferelen bereiken we de bestemming van vandaag, de kleine stad Karakol. We bezoeken het Przewalski museum, dat het verhaal vertelt van een jonge wetenschapper die in de negentiende eeuw vier enorme reizen maakte naar gebieden waar bijna nog geen enkele buitenstaander op bezoek was geweest, in Centraal Azië, Mongolië en China. Hij wilde ook heel graag naar Tibet, maar voor het zover kwam overleed hij aan Tyfus. Op zijn reizen heeft hij veel kennis verzameld over de cultuur en natuur van deze gebieden. Eén van de dieren die hij beschreef was een klein soort wild paard, dat uiteindelijk naar hem is vernoemd. Het Przewalski paard was begin van deze eeuw op een haar na uitgestorven, maar dankzij onder andere Nederlandse wetenschappers zijn er nu weer enkele honderden exemplaren in het wild. Heel bijzonder dat we daar een klein groepje van hebben gezien.

We logeren twee nachten in een leuk hotel, met uitzicht op een grote binnenplaats van zand en een paar appartementen met Karakolezen. Overal hangt de was buiten en tot 's avonds laat spelen er kinderen buiten.

De volgende dag, op zondag, is vanaf zonsopgang tot ongeveer tien uur de wekelijkse veemarkt van Karakol. Iets over achten, na een wandeling van ongeveer een half uur, wurmen we ons tussen zeker honderd koeien op een veld aan de rand van de stad. Aan de andere kant van het veld staan tientallen paarden, ook klaar voor de verkoop. De dieren staan kriskras door elkaar en daartussen scharrelen kopers en verkopers, soms met mooi getekende koppen en een rij gouden tanden. Een paar mannen dragen het nationale hoofddeksel, een soort puntmuts van vilt. Af en toe worden handen geschud en komt een pak geld tevoorschijn. Na de aankoop volgt het inladen. Direct buiten de poort van de markt worden dieren op pick-up trucks, karren of gemotoriseerde driewielers geduwd - het maakt niet uit, als het maar rolt. Schapen worden zelfs vervoerd in de kofferbak van een taxi. Gelukkig ziet het vee er gezond uit en waarschijnlijk kunnen de dieren bij hun nieuwe eigenaar ongehinderd rondscharrelen. Bijna nergens in het land zijn namelijk afscheidingen in de vorm van hekken of sloten, vandaar dat er regelmatig een groepje koeien, schapen of paarden op de weg staat.

In de hitte, het is inmiddels alweer ruim boven de dertig graden, wandelen we terug door de buitenwijken van Karakol. De lege parken en betonnen flatgebouwen, beide zo kenmerkend voor een voormalige Sovjet Republiek, maken een vredige indruk op deze zondagochtend.

Het centrum bestaat uit een groot schaakbord van brede en lange straten, met een aantal grote overheidsgebouwen en veel houten huisjes. Vooral de hoofdstraat, de Toktogoela Ulitsa, maakt daardoor de indruk van een Amerikaans western stadje. Hier bezoek ik kapsalon шик (Sjiek) voor de laatste haarmode uit Bishkek. Op de stoel naast mij wordt een bruid gecoiffeerd. Op een goed moment staan er wel acht vrouwen te kijken wat de kapster allemaal aan het doen is. Met een nieuwe haardracht - kosten: twee euro - bezoeken we nog even de markt en het Historisch Museum. Daarna slenteren we terug naar ons tijdelijke huis, waar ik met de hand een hoop kleding was en uithang aan een touwconstructie in het raam. Het droogt supersnel in de zon.

Na het diner wandelen we weer terug langs een paar lelijke betonnen gebouwen, een mislukt park, een te groot beeld van Lenin en de vervallen laan van ons hotel. We snappen niet goed waarom, maar we vinden Karakol een heel fijne stad.

Foto’s

5 Reacties

  1. Fred Wilken:
    6 augustus 2017
    Ik mis een foto van Kabouter Puntmuts, een soortgenoot van Pipo de Clown.
  2. Mary:
    7 augustus 2017
    Wat een ongelooflijk mooie reis maken jullie! Mooi om te lezen en prachtige foto's! Lieve groeten uit Canada van Mary en Floris
  3. Richard:
    7 augustus 2017
    Schitterend verhaal weer en dito foto's. Terug in de tijd. Prachtig. Hoofddorp was vroeger het centrum van de paardenhandel. 't Is maar dat jullie het weten. Fijne reis verder en tot vrijdag. Voorzichtig met de afdalingen.onderweg.
  4. Belinda:
    7 augustus 2017
    En weer zag ik tijdens het lezen, dankzij de mooie omschrijvingen, alle beelden al voor mij, en de mooie foto's bevestigden dit. Wat een mooie reis is dit.
  5. Etienne van Leur:
    10 augustus 2017
    Schitterend allemaal hoor. je moet een boek schrijven!!